Home
 
 
Permanent Mission of the Kingdom of the Netherlands to the United Nations
 
 
 
 
 
 
Home > Statements 2003 > VN voor altijd? of VN voor altijd!
VN voor altijd? of VN voor altijd!
Address by Permanent Representative Dirk Jan van den Berg, Rotterdam, 7 april 2003.

Erasmus Universiteit Rotterdam

7 april 2003

Dames en heren,

Terwijl ik deze toespraak een dag of tien geleden voorbereidde stond de televisie zachtjes aan. CNN vertelde hoeveel kilometers de Amerikaanse en Britse troepen nog moesten afleggen voordat zij Bagdad bereikten; Reality TV op wereldschaal. Ondertussen komt de VN in New York bij van de worstelpartij in de Veiligheidsraad die aan de Amerikaanse en Britse actie voorafging. Er is in de persoonlijke verhoudingen tussen de meest betrokken ambassadeurs veel krediet opgenomen. Hans Blix zal in juni vertrekken als zijn contract bij de VN beëindigd is.

Veel tijd voor beschouwende gedachten is er echter niet. De blikken worden al weer gericht op de situatie na de eerste militaire fase. Nederland is voorzitter van de donorengroep voor humanitaire noodsituaties (Humanitarian Liaison Working Group). Louise Fréchette, de plaatsvervangster van Kofi Annan, heeft aan deze groep de schattingen van de VN gepresenteerd voor de kosten van de humanitaire hulp aan Irak; de bedragen zijn ongebruikelijk hoog: 2,2 mld. dollar voor zes maanden; nog nooit heeft de VN voor een humanitaire noodsituatie zoveel geld gevraagd; nog nooit is er een humanitaire noodoperatie van deze omvang ondernomen. Voor de ca. 20 andere humanitaire crises samen komen de geraamde kosten van de VN voor humanitaire hulp op 3,5 mld. dollar uit.

De actuele gebeurtenissen nopen mij mijn toespraak aan de actualiteit aan te passen; ik zal ingaan op Irak en de betekenis daarvan voor de VN, voor zover nu al te overzien. Aan het slot zal ik in zeer verkorte vorm weergeven waar ik eigenlijk de hele toespraak over had willen houden; het wordt een beetje twee voor de prijs van één.

1 Irak

Door de Irak-gebeurtenissen in de Veiligheidsraad zetten velen, met president Bush voorop, vraagtekens bij de relevantie van de VN en van de Veiligheidsraad. Zij vinden dat de VN gefaald heeft bij de aanpak van veelpleger Saddam Hussein. Is het immers niet zo dat hij al 12 jaar lang de resoluties van de VN aan zijn laars lapt? Moeten strenge woorden ook niet eens omgezet worden in strenge daden? Maar men kan ook andere meningen horen; veel landen vinden dat de VN heeft gefaald bij het vinden van oplossingen langs vreedzame weg. De VN bevindt zich tussen hamer en aanbeeld van de onenigheid tussen de lidstaten.

Het Irak-verhaal heeft veel dimensies, ik beperk me hier tot de volgende vragen:

  • Hoe heeft het zover kunnen komen?

  • Waar ging het mis? 

  • Is de militaire actie VS/VK gerechtvaardigd?

  • Is de VN nu tot irrelevantie veroordeeld?

1.1  Een terugblik

Het dossier Irak is niet van vandaag of gisteren. Na de eerste golfoorlog, 12 jaar geleden, heeft de Veiligheidsraad resoluties aangenomen resulterend in een combinatie van sancties en inspecties. Doel was toen - en is het voor de VN nog altijd - om Saddam Hussein te beletten massavernietigingswapens te ontwikkelen, te produceren of te hebben. Ook toen werd richting Irak al stevige taal gebruikt als men niet aan de resoluties zou meewerken. De voorgangers van Hans Blix, UNSCOM, hebben tot aan 1998 een groot aantal wapens kunnen vernietigen en het nucleaire programma in vergaande mate ontmanteld.

Toen duidelijk werd dat de sancties tot onthoudbare situaties leidde voor de Irakese bevolking, besloot de Veiligheidsraad in april 1995om het olie voor voedsel programma in te stellen. Irak kon met de verkoop van olie - zwaar gecontroleerd - goederen aankopen die voor de bevolking en voor de civiele taken van de overheid noodzakelijk waren. Saddam dreef in 1998 de aanwezigheid van UNSCOM op de spits door geen toegang tot onder meer zijn paleizen te verlenen. In februari 1998 bezocht Kofi Annan Irak in een poging inspectie van de paleizen mogelijk te maken. In de Veiligheidsraad werd herhaaldelijk gesproken over Irak. Ook toen bleek overigens al dat Frankrijk, China en Rusland anders tegen Irak aankeken dan de VS en het VK, zeker als het gebruik van geweld ter sprake kwam. De Veiligheidsraadsbesprekingen waren op 17 december 1998 in volle gang toen de VS en het VK met bombardementen begonnen.

Van 1998 tot medio 2002 waren van de mix van sancties en inspecties alleen nog maar de sancties over. Sanctieregiems hebben met elkaar gemeen dat in de loop van de tijd de bouten en moeren los gaan zitten. De door de sancties getroffen partij wordt steeds handiger in het omzeilen ervan. Irak is daarop geen uitzondering; er is veel olie verkocht buiten het Olie voor Voedsel programma om en de inkomsten werden gebruikt om de militaire capaciteit weer op te bouwen. In de Veiligheidsraad waren vooral de Amerikanen en de Engelsen verontrust over de teruglopende effectiviteit van het sanctieregiem; Fransen, Russen en Chinezen waren tegen het aandraaien van de bouten en de moeren. Uiteindelijk is het sanctieregiem gered door het in 2001 in een nieuw jasje te gieten en met een negatieve goederenlijst te gaan werken in plaats van een controle op alle contracten. Nederland, indertijd lid van de Veiligheidsraad, speelde als voorzitter van het Irak sanctiecomité een centrale rol. De taxatie over de werkelijke dreiging van Saddam begon in deze periode tussen Britten en Amerikanen enerzijds en de andere permanente leden anderzijds steeds verder uiteen te lopen.

Op 12 september vorig jaar zegde President Bush in de Algemene Vergadering van de VN Saddam de wacht aan. Hij daagde de VN uit om naleving van de eigen besluiten af te dwingen. Om Bush’ woorden kracht bij te zetten begonnen de Amerikanen aan de opbouw van een sterke militaire presentie aan de grenzen van Irak. Dit was wel taal die door de Irakese autoriteiten goed werd verstaan en op 25 november 2002 keerden de inspecteurs onder leiding van de onverstoorbare Zweed Hans Blix in Irak terug.

Aan de terugkeer van Blix ging besluitvorming in de Veiligheidsraad vooraf: de nu beroemde resolutie 1441. Unaniem, dus ook incl. Veiligheidsraadslid Syrië, was de Veiligheidsraad van mening dat Saddam in “material breach” was en dat indien er sprake was van “further material breach” Saddam rekening moest houden met “serious consequences”. Er was en is geen enkel misverstand mogelijk over wat daarmee werd bedoeld. Saddam had al een sanctieregime aan zijn broek; een volgende stap kan dan alleen een militaire zijn. Lang is onderhandeld over de wenselijkheid van een tweede besluit van de Veiligheidsraad als de rapporten van Blix “further material breach” zouden doen concluderen. Het waren zeer drukke dagen voor mijn Franse en Engelse collega en ook voor het overleg in de Europese Unie. Het was een prachtig voorbeeld hoe Frans rationalisme – hoe houd ik de besluitvorming op het logische spoor – en Engels pragmatisme – hoe houden we de Amerikanen aan boord van de VN - tezamen een goed resultaat hebben opgeleverd. Als het VK en Frankrijk het nou ook nog zo hadden afgesproken was het helemaal mooi geweest.

Saddam reageerde met een rapport, de zogenoemde “full declaration”, die in resolutie 1441 besteld was. Maar, ondanks het aantal pagina’s (12.000, deels in het Arabisch opgesteld) was het rapport geen bewijs van “full, complete and active co-operation”. Ook Hans Blix moest op 27 januari in de Veiligheidsraad erkennen dat er wel “co-operation on procedure” was maar geen “co-operation on substance”. Er wordt wel gezegd dat het niet eerlijk is dat Saddam zijn onschuld moet bewijzen in plaats van dat zijn schuld moet worden aangetoond. Even voor de goede orde: Saddam was al veroordeeld en schuldig bevonden en heeft van de internationale gemeenschap de opdracht gekregen zich te ontdoen van zijn massavernietigingswapens. Op grond daarvan rust op hem de plicht om geheel tot genoegen van die internationale gemeenschap aan te tonen dat zijn arsenalen vernietigd zijn. De situatie is dus wezenlijk anders dan die van een verdachte in een rechtszaal.

1.2 Het vervolg op VR resolutie 1441

De Amerikanen hadden misschien unanieme steun verwacht in de Veiligheidsraad voor hun militaire actie tegen Irak. Dat dit niet zo vanzelfsprekend was, heeft te maken met de verschillende percepties over de oorlogsdreiging, nationale veiligheid en terrorisme aan weerszijden van de oceaan, maar ook elders in de wereld. Wij in Europa beseffen nog altijd te weinig wat voor enorme dreun aan de VS op 11 september 2001 is uitgedeeld. Het buitenlands beleid van de kersverse administratie kreeg opeens een missie. President Bush concentreerde zich op de strijd tegen het internationaal terrorisme dat parasiteert op “failed states” en wordt gesteund door staten die onderdeel zijn van de “axis of evil”. De gastheren van Osama bin Laden, de Taliban werden met zwaar militair geweld verdreven. Afghanistan werd daarna in multilateraal kader verder behandeld; in de persoon van Lakhdar Brahimi kreeg de VN een centrale positie in de politieke en economische opbouw van het land. Daarna kwam Irak snel in het gezichtsveld van de VS. Ik denk dat dit een voorbeeld is van hoe in de Transatlantische verhoudingen te veel als vanzelfsprekend wordt aangenomen. Europa zag 11 september meer als een zeer grootschalige aanslag, maar niet als een oorlogshandeling, terwijl de VS de Europese uiting van medeleven en sympathie gelijkschakelde met instemming en steun voor het Amerikaanse beleid.

De eenheid die de Veiligheidsraad ten toon spreidde ten tijde van resolutie 1441 kon niet worden volgehouden. De VS en het VK vonden de resultaten van de inspecties onvoldoende en vreesden door Saddam voor het lapje te worden gehouden. Frankrijk en Duitsland, sinds januari lid van de Veiligheidsraad, gesteund door China en Rusland achtten voortzetten van inspecties wel zinvol. Het debat, dat in dit soort gevallen vele grijstinten kent, werd steeds meer zwart / wit gemaakt en dat is nooit een goed teken. Voortzetten van inspecties en opbouwen van militaire aanwezigheid werden rivaliserende opties. Feit was en is dat het een niet zonder het ander kan: inspecties waren afhankelijk van de militaire aanwezigheid en de militaire aanwezigheid kreeg zin door het werk van de inspecteurs. Om daar doorheen te laveren heb je grijstinten nodig. Openbare debatten op ministersniveau helpen in een dergelijke situatie niet. Ministers gaan “on record” en het compromis is verder weg dan ooit; ministers met Colin Powell voorop geloofden er niet meer in. Het zal zeker onderwerp worden van vele nabeschouwingen, maar met het grote aantal parameters dat op tafel lag: militaire aanwezigheid, termijnen, benchmarks, key disarmament tasks, aanwezigheid inspecteurs had er toch iets gebrouwd moeten kunnen worden. Echter op 17 maart stelde President Bush zijn 48-uurs ultimatum aan Saddam; 48 uur later was de militaire actie een feit.

1.3 Is de actie van de VS en het VK gelegitimeerd?

De Nederlandse regering heeft deze vraag bevestigend beantwoord. Een nieuwe machtiging van de Veiligheidsraad om geweld te gebruiken was wenselijk, maar niet strikt noodzakelijk. Op basis van de besluitvorming van de Veiligheidsraad over Irak en op basis van 1441 in het bijzonder is de militaire optie bij het niet nakomen van de afspraken altijd als onontkoombare consequentie geschetst. Ik zei u al dat ten tijde van de tot stand koming van resolutie 1441 er geen misverstand bestond over de betekenis van “serious consequences”. Feit is ook dat Saddam in onvoldoende mate heeft meegewerkt. Er is geen land die de stelling verdedigt dat Saddam zich voorbeeldig heeft gedragen. Maar wij moeten onze ogen niet sluiten voor de realiteit, over dit vraagstuk lopen de meningen uiteen. Mijn Franse of Duitse collega zouden u een ander verhaal geven.

 

Oorlog is gruwelijk: de gevolgen voor de gewone mannen en vrouwen en hun kinderen in Irak zijn verschrikkelijk. De effecten van de oorlog zijn op vele terreinen voelbaar, ook ver buiten Irak. Islamitische landen vrezen een radicalisering van de publieke opinie. De ontwikkelingen op de financiële markten laten zien dat ook de wereldeconomie wordt geraakt. Het blijft zeer betreurenswaardig dat een tweede resolutie met een tijdpad voor de inspecteurs en met duidelijk gedefinieerde meetpunten niet mogelijk is gebleken. Wij zijn allemaal hoogleraren in de achterafbeterweetkunde en met deze wijsheid op zak, had de tijd in november, december en begin januari wellicht veel intensiever besteed moeten worden aan gesprekken tussen de hoofdrolspelers; zij zijn op dit punt allen even aanspreekbaar. Ik wees er al eerder op dat in de transatlantische verhoudingen te veel zaken als vanzelfsprekend worden aangenomen.

1.4 Is de VR nu tot irrelevantie veroordeeld? 

Ik denk van niet, maar ik voeg daar in één adem aan toe dat de Veiligheidsraad wel degelijk politieke averij heeft opgelopen. Snelle reparatie is geboden. President Bush heeft gewaarschuwd dat de Veiligheidsraad irrelevant wordt wanneer deze niet gezamenlijk tot actie in Irak besluit. Dit debat zal in de komende maanden in de VS nog stevig gevoerd gaan worden. De EU moet geen toeschouwer maar deelnemer zijn. Ons belang bij de VN is domweg te groot om het louter aan de Amerikaanse discussie over te laten. De EU moet wel eensgezind optreden. Daarvoor moet nog het nodige huiswerk worden gedaan. Minister de Hoop Scheffer heeft een eerste aanzet gegeven door te pleiten voor een gemeenschappelijk beleid voor de periode post-Saddam. Ik verwijs u naar zijn bijdrage op de opiniepagina van de NRC.

Uit mijn relaas blijkt echter wel dat in het hele Irak-dossier de Veiligheidsraad de spil van de besluitvorming is geweest. In de toekomst zal Irak zeker niet van de agenda verdwijnen. Integendeel nu al heeft de Veiligheidsraad aan Irak gewerkt door het Olie voor Voedsel programma zo aan te passen (resolutie 1472, unaniem aangenomen op 28 maart) dat Kofi Annan er verstandige dingen mee kan doen ter ondersteuning van de enorme humanitaire operatie die op zeer korte termijn in Irak nodig zal zijn. Binnenkort zal de discussie loskomen over het bestuur van Irak na de militaire actie. De Europese Unie en vele ander lidstaten van de VN wensen daarin een centrale rol voor de VN. Welk model het precies wordt is nog te vroeg om aan te geven. De opties reiken van alleen humanitaire bijstand tot volledige bestuursverantwoordelijkheid; het eerste zal niet voldoende zijn, het laatste zou wel een gigantische wissel trekken op de capaciteiten van het VN-systeem. Kortom de VR gaat door en zal door de kwaliteit van het werk weer aan relevantie winnen.

Er is wel een breder probleem. De Veiligheidsraad bestaat uit 15 leden en heeft verreikende bevoegdheden. De Veiligheidsraad kan voor het gehele lidmaatschap bindende besluiten nemen en heeft instrumenten om de naleving van die besluiten af te dwingen, zoals sancties en militaire actie. De lidstaten van de VN accepteren dat, natuurlijk omdat het zo in het Handvest is geregeld, maar ook op basis van het oordeel dat de Veiligheidsraad representatief is voor de VN-lidstaten. Deze notie heeft een ernstige knauw gekregen. De meerderheid van de lidstaten is tegen een militaire actie en zet vraagtekens bij een Veiligheidsraad die dit heeft laten gebeuren.

Oude discussies over de samenstelling van de Veiligheidsraad zullen nieuw leven ingeblazen worden. U weet dat de samenstelling van de Veiligheidsraad geschied is op basis van de machtsverhoudingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien is er wel het een en ander veranderd. Ook valt het lidstaten op dat de EU met vier leden, waarvan twee met vetorecht prominent vertegenwoordigd is. Het is een tikje pijnlijk om deze situatie te moeten verdedigen door te wijzen op de afwezigheid van een Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid. Niet alleen de samenstelling van de Veiligheidsraad zal weer in de belangstelling komen, maar ook de agendering van de Veiligheidsraad. Lidstaten moeten zich niet alleen vertegenwoordigd weten door de Veiligheidsraad; zij moeten ook het gevoel hebben dat de onderwerpen behandeld worden die zij belangrijk vinden. Niet alleen Afrika, maar ook Kasjmir en het Midden Oosten.

Mijn verwachting is in het kort dat (i) de Veiligheidsraad zijn werk op Irak zal voortzetten, (ii) de Veiligheidsraad uiteindelijk niet meer of minder relevant zal zijn dan voor 20 maart, het begin van de Amerikaanse en Britse actie, (iii) de Veiligheidsraad wat betreft samenstelling en agendering hernieuwd onderwerp van bespreking zal zijn. U weet nu alles van Irak; ik zou u, denk ik, teleurgesteld hebben als ik er niets over had gezegd. Eigenlijk begin ik nu pas aan de speech, zoals ik die oorspronkelijk voor deze conferentie zou hebben willen houden. Ik zal het u echter niet aan doen om naar een tweede speech van mij te moeten luisteren. Wel zal ik met u de hoofdlijnen van die speech doornemen en hopelijk komt er eens een andere gelegenheid om verder met u van gedachten te wisselen

2 Wat doet de VN nog meer

Als wij op de actuele aandacht afgaan die de VN krijgt, lijkt het wel dat de VN alleen uit de Veiligheidsraad bestaat. Niets is echter minder waar; de agenda van de VN is veel breder dan de Veiligheidsraad alleen.

2.1 De grote conferenties en de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen

Het vorige decennium heeft een uitgebreide agenda opgeleverd. De globalisering gaf de VN wind in de zeilen. De tijd dat de staat nog een entiteit was die het grondgebied, economie en bevolking voor ongewenste invloeden van buitenaf af kon afschermen raakt verder achter ons. Economieën zijn veel meer met elkaar verbonden. De informatietechnologie maakt markten transparanter en daarmee ook grootschaliger over landsgrenzen heen. Vraagstukken als AIDS, milieu, ontwikkeling en criminaliteit storen zich ook al niet aan landsgrenzen; zij maken ook geen onderscheid tussen arme en rijke landen. Internationale samenwerking is dan hard nodig en de VN is daarvoor zeer goed gepositioneerd. Kleinere landen begrijpen dat vaak wat eerder dan grotere landen. Grotere landen hebben wellicht wat meer moeite om de illusie van de staat, zoals hij was, los te laten; hele grote landen lijken dit decennium aan de beurt te zijn om deze les definitief te leren.

De neuzen staan dankzij de VN nu veel meer dezelfde kant op dan 10 jaar geleden. Toppen op het gebied van mensenrechten, sociale ontwikkeling, bevolkingsvraagstukken, onderdak, de rechten van de vrouw en de rechten van het kind culmineerden in 2000 in de Millennium top. De staatshoofden en regeringsleiders stelden in de Millenniumtop 8 Millennium-doelstellingen vast. De 8 doelstellingen zijn de meetlat waar elke partner in het ontwikkelingsproces rekening mee moet houden. De acht doelen gaan over het tegen 2015 reduceren van armoede, verbeteren van onderwijs, gezondheidszorg en gelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar ook over milieu en over wat donorlanden moeten doen qua hulp, handel en ander beleid dat ontwikkeling positief beïnvloedt. De Millennium-doelstellingen vormden de ruggengraat van twee belangrijke VN-conferenties die in 2002 werden gehouden: de top van Monterrey over financiering van ontwikkeling en de top van Johannesburg over duurzame ontwikkeling.

2.2 Resultaten: vooral “agenda-setting”

 

Financiering

De VN heeft aanvaardbaar gemaakt dat meer middelen moeten worden gemobiliseerd voor ontwikkeling. Het gaat daarbij tenminste om een verdubbeling naar 100 mln US $ per jaar, volgens het door Kofi Annan aangestelde Zedillo-panel, maar eigenlijk gaat het om meer. Immers, het naleven van de internationale doelstelling van 0,7 BNP vergt vrijwel een verdriedubbeling. Landen als EU-partners en VS voelden zich dan ook geroepen in Monterrey meer geld voor ontwikkelingshulp toe te zeggen. Binnen de EU leidde Nederland de beweging naar de toezegging van meer hulp.

Partnerships

De VN heeft helpen aangeven dat ontwikkeling een zaak is van partnerships. IMF, Wereldbank en WTO waren partners in Monterrey. Het bedrijfsleven en civil society waren in grote getale in Johannesburg aanwezig. In Johannesburg werd inspiratie gevonden voor programma's op het gebied van de zogeheten WEHAB-agenda; dat zijn aan de MDG's gerelateerde velden van water, energie, gezondheidszorg, rurale ontwikkeling en biodoversiteit.

Goed bestuur

Maar het sterkste partnership gesmeed in Monterrey was tussen de ontwikkelde wereld en de ontwikkelingslanden Er is meer geld nodig voor ontwikkeling, maar ook een goede voedingsbodem. Vandaar ook de nadruk op goed bestuur. De VN heeft hervormers in ontwikkelingslanden de wind in de rug gegeven, ook bij het uitwerken van voorstellen zoals de New Programme for African Development, NEPAD. De nadruk op goed bestuur en een investeringsklimaat als basis voor ontwikkeling vindt weerklank.

Coherentie

De VN heeft geholpen het vraagstuk van coherentie scherp in het vizier te brengen. Wat we met de OS-hand geven moet bijvoorbeeld niet met de handelshand weer afgenomen worden. Ik meldde het bedrag van 50 mln US $ per jaar aan ODA. Maar het cijfer voor landbouwsubsidies van de OESO-landen is 300 mln, het zesvoudige! In dit kader is de Doha-ronde is een ontwikkelingsronde geworden, met de nadruk op de belangen van ontwikkelingslanden, en hun capaciteit om handel te bedrijven en voor hun eigen belangen op te komen.

De praatcircussen, waar critici graag aan refereren, hebben werkelijk veel goed werk geproduceerd. Het mag dan wel even duren voordat er een resultaat kan worden gepresenteerd, maar het is dan wel een door de hele wereld gedragen resultaat; een grotere legitimiteit is niet denkbaar. Er is niet veel meer te bedenken waarover knappe secretariaten niet al goede analyses hebben geschreven en of lidstaten in conferenties niet al besluiten hebben genomen of actiepunten hebben opgesteld.

2.3 De uitdaging – implementatie!

Het gevaar is echter dat het werk in de VN in deze fase blijft steken. Het opstellen van een actieplan is één, het uitvoeren ervan is echt twee. De ambitieuze uitkomsten van het vorige decennium hebben verwachtingen gewekt. Gaan mensen in hun dagelijkse leven merken dat er dingen veranderen; dat de beschikbaarheid van schoon drinkwater niet langer een dagelijkse zorg is, dat hun kinderen onbelemmerd goed onderwijs kunnen genieten, dat hun producten niet met hoge tarieven en quota van veelbelovende markten weggehouden worden. Meer nog dan Irak ligt hier de structurele uitdaging voor de VN; als variant op de bekende reclamespreuk “Let’s make things better” geldt hier “Let’s make things work”.

Hoe staat het nu met de uitvoering van al die actieplannen en conferentie uitkomsten. Komt er wat van die uitdaging terecht? Helaas zijn de tekenen niet onverdeeld goed. De Millennium-doelstellingen zullen wel gehaald worden in bijv. Vietnam en China. Maar Afrika blijft een probleem. Wereldbank en IMF schatten dat Afrika zijn economische groei zal moeten verdubbelen om armoede te kunnen halveren zoals voorgesteld in de MDG's. Dit terwijl in 2001 55 procent van de lage inkomenslanden (met een gezamenlijke bevolking van 800 mln.) minder dan 2 % groei had.

2.4 Wat is de VN

De VN moet het dus wat beter gaan doen, maar wat is de VN eigenlijk. De naamsbekendheid van de VN is omgekeerd evenredig aan de kennis over het instituut. Een paar getallen ter vergelijk: op het hoofdkantoor te NY werken 4500 mensen, de omvang van een kleiner ministerie in Nederland. Het budget van de VN in NY is ongeveer 1,2 mld. Euro op jaarbasis; ter vergelijk: de Nederlandse ontwikkelingshulp is ruim 3 mld Euro en de Gemeente Rotterdam geeft op jaarbasis bijna 5,1 mld Euro uit.

De kern van de VN is in feite niet meer dan een secretariaat en een vergaderzaal waar de wereld elkaar ontmoet en met elkaar spreekt. De deelnemers aan dit wereldgesprek, de 191 lidstaten, zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de besluiten van de VN. Lidstaten die zeggen dat de VN het niet goed doet, zeggen in feite dat zij het zelf niet goed doen. Schuld geven aan de VN is als de schuld geven aan de Kuip als Feyenoord verliest.

2.5 Rol van de lidstaten

Je zou het ook zo kunnen zien. De onderneming die moet zorgen voor (i) internationale veiligheid en stabiliteit, (ii) belangrijke internationale vraagstukken moet aanpakken zoals op het terrein van economische ontwikkeling, criminaliteit, gezondheidszorg, milieu en (iii) internationale normstellende afspraken tot stand moet brengen over bijvoorbeeld mensenrechten en ontwapening, staat onder gedetailleerde curatele van 191 commissarissen. Deze commissarissen komen niet zeg 4 keer per jaar eens kijken hoe de vlag erbij hangt, maar zijn iedere dag van de vroege ochtend tot de late avond aanwezig. Zij hebben bovendien zeer verschillende opvattingen en komen van zeer verschillende culturele achtergronden. Niet direct een situatie die garant staat voor kordate en directe besluitvorming, zult u zeggen.

Er is nog een ander probleem met die commissarissen. Een aantal van hen is in de tijd stil blijven staan en reageert steevast behoudend en argwanend als er voorstellen komen om nieuwe zaken aan te pakken of bestaande zaken anders aan te pakken of niet meer aan te pakken. Het overleg in New York kan op sommige momenten akelig terugvallen in oude Noord Zuid reflexen, de geïndustrialiseerde wereld tegenover de ontwikkelingswereld.

De lidstaten zullen zich moeten bezinnen op hun bepalende rol in het systeem.

  • Niet langer meer grote conferenties met verklaringen, die fase is achter de rug; de aandacht moet nu zijn op de implementatie van de afspraken; het vervolg van de conferenties moet een taakverdeling opleveren tussen de VN, de regionale organisaties en de lidstaten zelf.

  • Lidstaten zullen veel beter de brede agenda moeten overzien. De “multi-tasking” vaardigheid van de internationale gemeenschap is klein. Nu is het Irak, daarvoor was het Afghanistan en weer daarvoor heeft AIDS het een tijdje goed gedaan. Ik mag dit punt illustreren met het feit dat de VN de grootste moeite heeft om de crises die niet in het brandpunt van de belangstelling staan gefinancierd te krijgen. De financiering van “onbekende rampen” (ca. 2,5 mld dollar) is nog maar voor 6% afgedekt. Als ik mijn toespraak alleen over dit thema zou hebben gehouden, had ik het wel de titel “pupillenvoetbal op wereldniveau” willen geven.

  • Het onderscheid tussen nationaal beleid en internationaal beleid vervaagt. De behandeling van internationale thema’s moet veel meer onderdeel worden van de nationale beleidsafweging. Een bijdrage aan het AIDS-fonds is niet een gift, maar een investering in een gezondheidsvraagstuk. Een bijdrage aan de wederopbouw van Afghanistan is niet alleen uitdrukking geven aan solidariteit, maar ook een investering in stabiliteit en het opwerpen van een dam tegen narcotica-handel.

  • Een serieuze financiering van de activiteiten van de VN en van de uitvoering van de actieplannen die de lidstaten vaststellen is een nog ver verwijderd doel. Ik wil hier wel even kwijt dat de uiterst krenterige wijze waarop een aantal rijke landen met de financiering van het VN systeem omgaan beneden de maat is. Nederland slaat hier wel een zeer goed figuur met gemiddeld ca. 550 mln dollar per jaar prijken wij op plaats nummer 5 van de VN-contribuanten.

  • Lidstaten zouden eens moeten nagaan hoe zij in het ene forum “A” kunnen zeggen en in het andere forum “B”. Waar internationale organisaties steeds meer de samenwerking zoeken, is het belangrijk dat lidstaten coherent in het internationale systeem werken.

3 Tot besluit

Landen begrijpen in toenemende mate dat internationale samenwerking de enige weg is om wereldwijde vraagstukken van een antwoord te voorzien. Het komende decennium wordt die weg vervolgd. Er is al heel veel besproken en van voornemens voorzien. De uitdaging is nu om al die voornemens om te zetten in concrete activiteiten en resultaten. Implementatie is de uitdaging van dit decennium. Het gaat niet om tevreden conferentiezalen, maar om tevreden straten. Dit vraagt om offers, zoals het laten wijken van nationale belangen voor grotere internationale belangen; het vraagt ook om financiële offers om een serieuze financiering van de Millennium Agenda mogelijk te maken. De VN is niet uitgespeeld integendeel, wij gaan een boeiend decennium  tegemoet. De VN voor altijd? Ja, de VN voor altijd!

New York,

 

 

Button: United Nations
Button: EU@UN
for.affairs.gif (6 Kb)
unitednetherlands2008a.jpg (22 Kb)