De opbouw en indeling van de Verenigde Naties
De Algemene Vergadering (AV)
De Veiligheidsraad (VR)
De Economische en Sociale Raad (ECOSOC)
De Trustschapsraad
Het Internationale Hof van Justitie
Het secretariaat
Andere internationale Gerechtshoven
Hervorming van de Verenigde Naties
Hervorming Veiligheidsraad
Geldzaken binnen de VN
Relatie met gespecialiseerde organisaties
Nederland en de Verenigde Naties
De opbouw en indeling van de Verenigde Naties
De Verenigde Naties (VN) zijn opgericht op 24 oktober 1945 door 51 landen, met het doel vrede te bevorderen in de wereld door internationale samenwerking en collectieve veiligheid. Vandaag de dag is nagenoeg elk land lid van de Verenigde Naties, 185 landen in totaal waarbij Zwitserland een opvallende uitzondering is. Als een land lid wordt van de Verenigde Naties accepteert het de verplichtingen van het Handvest van de V.N.. Dit is een internationaal verdrag dat de basisprincipes van de internationale betrekkingen bevat. Volgens het V.N.-handvest hebben de Verenigde Naties vier doelen:
Het behoud van internationale vrede en veiligheid.
Het ontwikkelingen van vriendschappelijke relaties tussen landen.
Samenwerking bij het oplossen van internationale problemen en bij het stimuleren van het respect voor de rechten van de mens
De VN zouden het centrum moeten zijn voor het harmoniseren van de activiteiten van landen.
Lidstaten van de V.N. zijn soevereine staten. De Verenigde Naties zijn geen wereldregering en maken geen wetten. De V.N. voorzien in de middelen die bij kunnen dragen internationale conflicten op te lossen en formuleren daarnaast beleidslijnen over aangelegenheden die iedereen raken. Bij de Verenigde Naties hebben alle lidstaten, groot of klein; rijk of arm en met verschillende politieke systemen en denkbeelden, een stem in het besluitvormingsproces. Het handvest van de Verenigde Naties voorziet in zes hoofdorganen waaruit deze organisatie bestaat. Vijf van deze organen, de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Economische en Sociale Raad (ECOSOC), de Trustschapsraad en het secretariaat zijn gevestigd op het V.N. hoofdkwartier in New York. Het zesde orgaan, het Internationale Hof van Justitie, is gevestigd in Den Haag.
De Algemene Vergadering (AV)
Alle V.N. lidstaten zijn vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering, een soort wereldparlement. Elke lidstaat heeft een stem binnen de AV. Beslissingen over belangrijke onderwerpen worden met tweederde meerderheid genomen. Dit zijn zaken als: aanbevelingen op het gebied van internationale vrede en veiligheid, het toelaten van nieuwe leden, het V.N. budget en het budget voor vredesbevordering en -handhaving. De reguliere AV-bijeenkomsten vinden plaats van september tot december. Deze periode kan worden verlengd mocht dat nodig blijken. Ook kunnen er speciale- of noodbijeenkomsten worden gehouden in het geval van onderwerpen van groot belang. Als de Algemene Vergadering niet bijeen is, worden haar taken uitgevoerd door zes commissies, andere ondersteunende organen en door het V.N. secretariaat. De zes commissies zijn:
De eerste commissie (ontwapening en internationale veiligheid).
De tweede commissie (economische en sociale zaken).
De derde commissie (sociale, humanitaire en culturele zaken).
De vierde commissie (dekolonisatie en zogenaamde speciale politieke onderwerpen)
De vijfde commissie (administratieve en budgettaire kwesties).
De zesde commissie (juridische zaken).
De Veiligheidsraad (VR)
Het V.N. handvest geeft aan de Veiligheidsraad de hoofdverantwoordelijkheid voor het behoud van internationale vrede en veiligheid heeft. De VR kan op elk moment bijeenkomen, dag of nacht, als vrede waar dan ook in de wereld wordt bedreigd. De VR bestaat uit vijftien lidstaten, vijf permanente leden (Amerika, Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) en 10 niet-permanente leden die slechts voor twee jaar in de Veiligheidsraad zitten. De leden van de Veiligheidsraad zijn te vinden via deze link.
De Economische en Sociale Raad (ECOSOC)
Deze raad coördineert het economische en sociale werk van de Verenigde Naties onder het toezicht van de Algemene Vergadering. De Economische en Sociale Raad speelt een belangrijke rol in het aanmoedigen van internationale samenwerking voor ontwikkeling. Deze raad overlegt met non-gouvernementele organisaties(NGO's), waardoor de ECOSOC een belangrijke schakel is tussen de Verenigde Naties en de civiele maatschappij. De ECOSOC bestaat uit 54 lidstaten die door de Algemene Vergadering worden gekozen voor een periode van drie jaar. De ECOSOC komt in de regel één keer per jaar gedurende een maand in uitgebreide zitting bijeen, wisselend tussen New York en Genève. De ECOSOC houdt zich bezig met onderwerpen als mensenrechten, sociale ontwikkeling, de status van de vrouw, misdaadbestrijding, drugs, bescherming van het milieu, economische ontwikkeling en het versterken van economische relaties tussen landen in bepaalde regio's.
Daartoe zijn functionele commissies opgezet zoals de commissie voor sociale ontwikkeling en de mensenrechtencommissie, als ook regionale commissies (Europa, Afrika, Latijns Amerika). Tevens zijn er belangrijke organisatorische commissies, zoals de Coördinatie Commissie waar o.a. de hoofden van de Fondsen en Programma's (UNDP, UNICEF, etc.) en gespecialiseerde agentschappen (UNESCO, FAO, etc) samenwerken. Ook UNHCR en de Hoge Commissaris voor de rechten van de Mens rapporteren aan ECOSOC. Verscheidene onafhankelijke VN-organisaties rapporteren via de ECOSOC aan de Algemene Vergadering waarvan UNICEF, UNDP en UNFPA drie voorbeelden zijn. UNICEF(United Nations Children's Fund) maakt zich sterk voor de rechten en de ontwikkeling van kinderen en verschaft hulp aan kinderen om in hun basis behoeften te voorzien. UNDP(United Nations Development Programme) helpt ontwikkelingslanden bij het bereiken van duurzame ontwikkeling vooral voor de inwoners van deze landen via het uitbannen van armoede, werkcreëring, het streven naar meer gelijkheid voor vrouwen en de bescherming van het millieu. UNFPA(United Nations Population Fund) heeft als taak landen (vooral ontwikkelingslanden en landen in economische hervorming) te helpen bij het sturen van hun populatiegroei en de aandacht van landen op dit onderwerp te richten.
De Trustschapsraad
Deze raad is opgericht om toezicht te houden op elf trust-gebieden en daarbij deze gebieden voor te bereiden op onafhankelijkheid of zelfbestuur. In 1994 was dit doel bereikt en hadden alle gebieden zelfbestuur, waren onafhankelijk of hadden zich aangesloten bij een buurland. Nu de trustschapsraad haar taak heeft voltooid bestaat deze raad alleen nog maar uit de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad en komt de facto niet meer bijeen.
Het Internationale Hof van Justitie

Het IHT is onderdeel van het VN-systeem en biedt staten de mogelijkheid geschillen met jurische middelen op te lossen. Het hof bestaat uit vijftien rechters die worden gekozen door de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. Het hof lost geschillen op tussen staten en niet tussen personen of tussen personen en staten. Deelname van een staat aan de procedures van het Hof van Justitie zijn vrijwillig. Indien een land echter heeft toegezegd zich aan de juridische procedures van het Hof te onderwerpen is dat land verplicht zich te schikken naar uitspraken van het Hof. Het Hof geeft op verzoek van de Veiligheidsraad of Algemene Vergadering ook adviezen uit.
Het secretariaat
Het secretariaat voert het werkelijke en administratieve werk van de Verenigde Naties uit dat door de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad en andere organen is besloten. De Secretaris-Generaal heeft de leiding over het secretariaat en stelt zoveel personeel aan als noodzakelijk. Het secretariaat bestaat uit afdelingen en kantoren met rond de 8700 werknemers. Buiten het V.N. hoofdkwartier in New York zijn er ook kantoren in Genève, Wenen, Rome en Nairobi.
Andere internationale Gerechtshoven
Het Internationale Strafhof
In 1948 kwam de Algemene Vergadering overeen dat genocide en vergelijkbare misdaden bestraft moesten worden. Een Internationale Rechtscommissie werd destijds opgericht die tot de conclusie kwam dat het wenselijk en mogelijk was dat een internationaal hof werd opgericht waarvoor personen terecht moesten staan die verdacht werden van genocide en misdaden van vergelijkbare aard. Het politieke klimaat gedurende de Koude Oorlog maakte dat het idee van een dergelijk internationaal hof in de ijskast verdween. Het kreeg hernieuwde aandacht door de oorlogen in Rwanda en het voormalig Joegoslavië. Het Rwanda tribunaal en het Joegoslavië tribunaal werden opgericht door de Veiligheidsraad met als doel individuen verantwoordelijk voor de in die oorlogen begaande oorlogsmisdaden te berechten.
Kort hierna slaagde de Commissie voor Internationaal Recht erin een ontwerp statuut voor een Internationaal Strafhof op te stellen dat aan de Algemene Vergadering werd voorgelegd in 1994. Tijdens haar 52e zitting besloot de Algemene Vergadering tot het organiseren van een conferentie, in Rome van 15 juni tot 17 juli 1998, waarbij het Statuut van het Internationaal Strafhof werd aanvaard. Voor de inwerking treden van het Statuut waren 60 ratificaties noodzakelijk. Dit aantal is inmiddels bereikt en sinds Juli 2002 kunnen individuen die zich hebben schuldig gemaakt aan genocide, misdrijven tegen de mensheid en oorlogsmisdrijven worden berecht. De aanvaarding van het statuut was een zeer belangrijke stap in de ontwikkeling van het internationale recht.
Internationaal Tribunaal voor Ruanda
Dit Tribunaal is opgericht voor de vervolging van personen verdacht van genocide en andere ernstige overtredingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het territorium van Ruanda tussen 1 januari 1994 en 31 december 1994. Het tribunaal houdt zich ook bezig met de vervolging van Ruandese inwoners verantwoordelijk voor eerder genoemde misdaden begaan op het territorium van belendende landen tijdens dezelfde periode. Het tribunaal zetelt in Arusha, Tanzania. De hoger beroepskamers en het kantoor van de openbaar aanklager zijn gevestigd in Den Haag. Er is een plaatsvervangend aanklager gevestigd in Kigali, Ruanda.
Internationaal Tribunaal voor het voormalig Joegoslavië
Dit Tribunaal is opgericht op 25 mei 1993 en is gevestigd in Den Haag. Het Joegoslavië-tribunaal is gemandateerd om personen te veroordelen die verantwoordelijk zijn voor ernstige overtreding van het internationale humanitaire recht begaan op het territorium van het voormalig Joegoslavië sinds 1991. Het statuut geeft het tribunaal de bevoegdheid tot vervolging voor vier soorten misdrijven:
Grove schendingen van de Genève conventie 1949
Het overtreden van de wetten of gebruiken tijdens oorlog
Genocide
Misdaden begaan tegen de mensheid
Hervorming van de Verenigde Naties
De vraag naar en behoefte aan hervorming van de Veiligheidsraad begon ongeveer een decennium geleden toen het einde van de Koude oorlog relaties tussen landen, regio's en politieke blokken fundamenteel veranderde. Tijdens de Koude Oorlog werd de VN vaak buiten spel gesteld door de veto's van America en Rusland in de Veiligheidsraad die vaak gebruikt werden om elkaars tegengestelde belangen te ondermijnen. Na de Koude Oorlog veranderde dit waardoor de VN beter kon functioneren en uitgroeien tot een belangrijke wereldorganisatie. Helaas werden weinig hervormingen doorgevoerd omdat veel lidstaten bang waren dat de machtige landen veranderingen in hun voordeel zouden doorvoeren ten koste van lang bestaande overtuigingen binnen de VN zoals bijvoorbeeld ontwikkeling. Daarnaast kon er geen eenstemmigheid onder lidstaten worden bereikt hoe de veranderingen eruit zouden moeten zien. De huidige Secretaris-Generaal, Kofi Annan, slaagde er echter al binnen een jaar in de Algemene Vergadering te mobiliseren achter zijn hervormingsplannen en kreeg dus de steun van lidstaten om de VN te hervormen.
De Verenigde Naties ondergaan momenteel hervormingen met als doel een gestroomlijnde en moderne organisatie te creeën. De huidige Secretaris-Generaal, Kofi Annan, maakt zich sterk om dergelijke hervormingen daadwerkelijk door te voeren. Hij concentreert zich op, wat hij noemt, de VN's meest vitale en soms verwaarloosde kant; het personeel. De Secretaris-Generaal schets een nieuwe managementcultuur met meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het overkoepelende doel van de hervormingen, volgens Kofi Annan, is het op één lijn krijgen van de menselijke krachten binnen de VN met haar wereldlijke missie van vrede, ontwikkeling en mensenrechten. Deze menselijke krachten, personeel en management samen, moeten beter georganiseerd worden om de missie van de VN effectief te realiseren. In zijn rapport over managementhervormingen stelt Secretaris-Generaal, kofi Annan, dat de VN te gecompliceerd en te langzaam is, dat de VN te geadministreerd is en dat er teveel regels en regelingen binnen deze organisatie zijn. Dit vraagt om meer investeringen in het personeel, simpelere procedures en meer autoriteit voor het management. Zo heeft de Secretaris-Generaal naar buiten gebracht dat de door hem voorgestelde hervormingen zijn ontworpen om te verzekeren dat de VN de juiste mensen, met de juiste capaciteiten op de juiste plek op het juiste moment heeft. Kofi Annan wil niet alleen de kosten van de VN omlaag brengen en daarnaast de effectiviteit vehogen, maar ook de invloed van de VN op kritikieke gebieden vergroten. Hij wil regionale conflicten tegengaan en door nieuwe sleutelpersonen aan te stellen op bepaalde posten het versterken van de VN bewerkstelligen op het gebied van mensenrechten, humanitaire assistentie, duurzame ontwikkeling en de strijd tegen drugs en georganiseerde misdaad.
Hervorming Veiligheidsraad
Na de hervorming van de Veiligheidsraad in 1965, waarbij het aantal niet-permanente leden werd verhoogd van zes naar tien, bleef de roep om een democratischere, transparantere Veiligheidsraad met een betere regionale verdeling van de zetels hoorbaar. De Algemene Vergadering nam op 3 december 1993 resolutie 48/26 aan, waarbij de 'Open-ended Working Group on the Question of Equitable Representation on and Increase in the Membership of the Security Council and Other Matters related to the Security Council' in het leven werd geroepen. Het merendeel van de VN-lidstaten heeft zich binnen deze werkgroep uitgesproken voor de noodzaak van hervorming van de Veiligheidsraad, maar over de uitwerking hiervan bestaat weinig tot geen consensus.

Binnen de werkgroep is vijf jaar lang vruchteloos gediscussieerd over de volgende thema's: werkmethoden en transparantie van de VR; besluitvorming van de VR (inclusief het vetorecht); uitbreiding van de VR (met permanente en/of niet-permanente leden); omvang van uitgebreide VR en periodieke herziening van een uitgebreide VR. De belangen van verscheidene delegaties lopen bij deze thema's zeer uiteen: enerzijds is er de strijd tussen de landen die aanspraak maken op een permanente zetel en hun regionale rivalen; anderzijds verzetten de vijf permanente Veiligheidsraadleden zich tegen de verdergaande transparantie van het werk van de VR, die door het merendeel van de lidstaten wordt verlangd.
Geldzaken binnen de VN
Het VN-budgetvoor 2004-2005 is ongeveer 3.0 miljard dollar. Dit budget bevat uitgaven van het VN Secretariaat in New York; de VN kantoren in Genève, Wenen, Rome en Nairobi; de regionale commissies, het Internationale Gerechtshof en het Centrum voor Mensenrechten in Genève. Meer dan 70% van het VN budget wordt besteed aan salarissen voor stafmedewerkers hoewel de laatste zeven jaren geprobeerd wordt dit te verlagen. De grootte van bijdrage per land aan de VN is gebaseerd op het vermogen van een land om te kunnen betalen. Het gedeelte dat een land uitmaakt van het wereldinkomen wordt geschat en er wordt rekening gehouden met capita inkomsten en grote buitenlandse schulden van landen. Verder is er een maximaal contributieniveau van 25% van het VN-budget, hetgeen geldt voor de Verenigde Staten, en een minimum niveau van 0,0001% van het VN-budget. Nederland is negende op de lijst van betalers aan het VN-budget. Voor 2003 is het Nederlandse contributiedeel 1.72% van het VN-budget hetgeen een bijdrage van 23 miljoen dollar inhoudt. Voor VN-vredesoperaties zijn er aparte budgetten. De huidige totale kosten voor VN-vredesoperaties bedragen rond de 1 miljard. De Nederlandse bijdrage aan VN-vredesoperaties bedraagt evenveel als haar bijdrage aan het VN-budget namelijk 1,72%.
Het VN-handvest vereist dat lidstaten hun bijdrage aan de VN volledig en op tijd betalen. Aan het einde van 1997 waren de lidstaten 2 miljard dollar verschuldigd aan de VN in de vorm van uitstaande contributiebetalingen. Dit veroorzaakt serieuze problemen in de kasgeldenstroom van de VN. Reserves waren uitgeput en de VN was grote geldsommen verschuldigd aan lidstaten die troepen en uitrusting leveren voor vredesoperaties. Nederland en haar Europese Unie partners vonden dat lidstaten hun achterstand moesten betalen en hun financiële verplichtingen in de toekomst volledig en zonder voorwaarden moesten voldoen. Op deze wijze moest er een krachtige financiële basis van de VN worden bewerkstelligd. Men wilde een pakket van beloning- en strafregels instellen en de betalingsschalen duidelijker en eenvoudiger maken. Een straf bij achterstallige betalingen bestaat al namelijk: indien de totale achterstand van een land groter is dan haar totaal te betalen contributie over de afgelopen twee kalenderjaren verliest een land haar stemrecht. Op deze wijze verliezen ieder jaar een aantal landen hun stemrecht. Naast de financiële hervormingen is het noodzakelijk dat het stroomlijningsproces van de VN wordt voortgezet om de organisatie meer efficiënt en kosteneffectief te maken. Nu, in 2003 is het grootste deel van de schulden betaalt en staat er nog een bedrag open van ongeveer 305 miljoen dollar.
De speciale VN-organisaties zoals de World Health Organisation (WHO) of de International Labour Organisation (ILO) hebben hun eigen budget- en belastingschalen. De Nederlandse contributie aan het totale VN-systeem, vrijwillige bijdrage meegerekend, bedraagt ongeveer 500 miljoen dollar per jaar. Indien de contributie aan de Bretton Woods instellingen wordt meegerekend bedraagt de totale Nederlandse bijdrage rond de 750 miljoen.
Relatie met gespecialiseerde organisaties
Het VN-systeem omvat een twintigtal functionele organisaties op economisch, sociaal en cultureel terrein. Zij steunen op speciale verdragen of op specifieke daartoe strekkende besluiten van de Algemene Vergadering. Het lidmaatschap valt voor een deel samen met dat van de Verenigde Naties, maar kan ook meer of minder staten omvatten; de Sovjetunie is bijvoorbeeld van sommige van deze organisaties geen lid, terwijl niet-VN-leden, zoals het Vaticaan en Zwitserland, wel deel uitmaken van sommige ervan.Er zijn veertien gespecialiseerde organisaties te weten: ILO, FAO, UNESCO, WHO, UNIDO, IMF, ICAO, UPU, Wereld Bank Groep, ITU, WMO, IMO, WIPO, IFAD.
De belangrijkste van deze zogeheten gespecialiseerde organisaties onderhouden onderling contact via de Economische Sociale Raad, krachtens een formele overeenkomst. In het Handvest is hierin uitdrukkelijk voorzien. Andere organisaties zijn ingesteld door, en staan onder toezicht van de Algemene Vergadering. Sommige ervan bestaan nog niet lang en zijn tot stand gekomen op grond van het streven van de ontwikkelingslanden naar een hogere levensstandaard. Andere bestaan al sinds de tweede helft van de 19e eeuw. Sommige hebben slechts een beperkt doel, zoals de bevordering van de internationale handel door tariefsverlaging; andere zijn aanzienlijk breder van opzet.
Op twee manieren wordt geprobeerd de activiteiten van deze organisaties te coördineren. De ene loopt via de Economische en Sociale Raad. Deze bespreekt de jaarverslagen en ander documentatiemateriaal van de gespecialiseerde organisaties. de organisaties nemen ook wel zelf het initiatief tot gezamenlijke besprekingen in het kader van de ECOSOC. Behalve door de ECOSOC wordt het werk van de gespecialiseerde organisaties gecoördineerd door de Administratieve Coördinatiecommissie (ACC). Deze bestaat uit de uitvoerende hoofden van de gespecialiseerde organisaties en het Internationaal Bureau voor Atoom Energie (IAEA), de ITC, UNCTAD, de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen en andere soortgelijke organisaties. Hij wordt voorgezeten door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Twee gespecialiseerde organisaties zullen als voorbeeld iets nader bekeken worden namelijk UNESCO en het IMF. UNESCO staat voor United Nations, Scientific and Cultural Organisation. Deze organisatie heeft als doel, volgens haar statuten: 'Het bijdragen aan vrede en veiligheid door het bevorderen van samenwerking tussen landen via onderwijs, wetenschap en cultuur om te komen tot een breder respect voor gerechtigheid, voor rechtsregels en voor mensenrechten en fundamentele vrijheden die worden verzekerd aan de mensen over de wereld, zonder onderscheid naar ras, sekse, taal religie, door het Handvest van de Verenigde Naties. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft als taak de bevordering van:
Internationale monetaire samenwerking en uitbreiding van internationale handel
Kkoerstabiliteit, handhaving van ordelijke valuta-afspraken tussen de leden en het voorkomen van een wedloop in het verminderen van de waarde der valuta's
Meewerken aan de inrichting van een multilateraal betalingssysteem ten behoeve van lopende transacties tusen de leden
Uit de weg ruimen van deviezenbeperkingen die de groei van de wereldhandel belemmeren.
Nederland en de Verenigde Naties
Uit het Nederlands buitenlands beleid blijkt een sterke international oriëntatie met veel aandacht voor multilateralisme. Het lidmaatschap van de Europese Unie, NAVO en de Verenigde Naties zijn hoekstenen in het Nederlandse buitenlands beleid. Nederland doneert meer dan zevenhonderd miljoen dollar aan VN instellingen en Bretton Woods instituties zoals de Wereldbank en het IMF. Nederland steunt instellingen op het gebied van wereldwijde internationale samenwerking waarbij de Verenigde Naties als basis zouden moeten dienen.
Het belang dat Nederland hecht aan de Verenigde Naties blijkt uit de actieve rol die Nederland speelt binnen deze organisatie. De meest belangrijke verantwoordelijkheid van de V.N. is het behoud van internationale vrede en veiligheid. Nederland probeert hier aan bij te dragen door in een vroeg stadium de internationale aandacht te vestigen op gebieden waar spanning heerst. Nederland probeert preventieve diplomatie te bevorderen eventueel gevolgd door peace keeping en peace building. Nederland is altijd één van de grootste troepenlevaranciers geweest voor vredesoperaties onder VN mandaat. Daarnaast heeft Nederland altijd actief onderhandeld ten behoeve van de controle op wapens en ontwapening. Zo heeft Nederland een actieve bijdrage geleverd aan de tot standkoming van het 'Comprehensive Nuclear-Test-Ban-Treaty' en de convention on the prohibition of the use, stockpiling, production and transfer of anti-personnel mines and on their destruction. Nederland heeft onder meer 25 miljoen dollar bijgedragen, de afgelopen twee jaar, aan ontmijning in de wereld en aan slachtoffers van mijnen.
Duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden is een belangrijk aandachtspunt binnen de VN. Het uitroeien van armoede in de wereld is het doel van duurzame ontwikkeling. Dit is ook het belangrijkste aandachtspunt geweest van Nederlandse ontwikkelingshulp voor meer dan een kwart eeuw. Andere punten die aandacht verdienen om duurzame ontwikkeling te bereiken zijn: gelijke rechten voor de vrouw, bescherming van kinderen, toegang tot basis sociale voorzieningen en het duurzame gebruik van het milieu. Deze aandachtspunten zijn hevig verankerd in het Nederlandse ontwikkelingsondersteuningsprogramma. Zo is Nederland lang betrokken geweest bij de 'Commission on the Status of Women' (CSW) hetgeen een zeer belangrijk orgaan is op het gebied van het verdedigen van de rechten van de vrouw. Nederland heeft zich kandidaat gesteld voor het lidmaatschap van de CSW in 2000. Nederland is tevens een groot voorstander van de rechten van het kind en steunt vele initiatieven ter verbetering van kinderrechten. Binnen UNICEF speelt Nederland een actieve rol en probeert beslissingen van de uitvoerende raad van deze organisatie voor kinderen geïmplementeerd te krijgen. Nederland heeft in 1999 8,6 miljoen gulden aan UNICEF gedoneerd.
Sinds het einde van de Koude Oorlog is het aantal individuele slachtoffers van gewapende conflicten, interne strijd en mensenrechtenschendingen toegenomen in de wereld. De totale mondiale uitgave aan noodhulp is echter afgenomen, hetgeen betekent dat de uitbetaling en distributie van hulp zeer gericht en effectief moet gebeuren. Nederland is een grot donateur aan V.N. instanties die zich bezig houden met humanitaire hulp en verlichting. Nederland geeft financiële steun als ook assistentie bij gespecialiseerde operaties zoals het invoeren van rechtssystemen, verwijdering van mijnen en het opstellen van distributiesystemen voor de verdeling van noodhulp.
De Verenigde Naties nemen als universele internationale organisatie, een centrale plaats in, in de ontwikkeling en codificatie van internationaal recht en bij het respecteren van mensenrechten wereldwijd. Het Internationale Gerechtshof in Den Haag is een van de belangrijkste instanties om zorg te dragen voor de implementatie van het internationale recht. De stad biedt onderdak aan meerdere rechtelijke instanties zoals het 'US-Iran claims tribunal', het Joegoslavië tribunaal, het Ruanda tribunaal en Den Haag is aangewezen om het Internationaal strafhof te huisvesten. Op verschillende manieren heeft Nederland een rol gespeeld bij de verbetering van mensenrechten, het versterken van democratie en 'good governance'. Nederland is een regelmatig en actief lid van de V.N. commissie voor de rechten van de mens. Gedurende de jaren zijn verschillende Nederlandse experts in dienst geweest van sub-commissies en verdragsorganen die toezicht hadden op de implementatie van mensenrechten. Nederland geeft uitgebreide steun aan initiatieven voor 'good governance' die worden ondernomen door het V.N. centrum voor mensenrechten alsook door de 'United Nations Development Program' (UNDP) en de 'International Labour Organisation' (ILO).
Voor specifieke vragen kunt u een e-mail aan de missie sturen.